Aan d'oever van een snelle vliet
Een treurig meisje zat
Zij weende en schreide van verdriet
Het gras van tranen nat
Een heer die wandelde langs den vliet
Bespeurt haar bitt're smart
Dat hij het meisje wenen ziet
Breekt zijn meedogend hart
Zij zuchtte en zag hem troosteloos aan
En sprak: "Ach brave man
Een arme wees ziet gij hier staan
Die God slechts helpen kan
Ziet gij dat groene bergje niet?
Daar is mijn moeders graf
Ziet gij den oever van dees' vliet?
Daar viel mijn vader af"
De snelle stroom 'verwon hem dra
Hij worstelde, ach, hij zonk
Mijn broeder sprong hem achterna
Helaas, hij ook verdronk
Het weeshuis boodt mij schuilplaats aan
En mag ik daar eens uit
Dan prangt mijn hart naar haar te gaan
En ja, dan ween ik luid
Neen, ween niet meer, mijn lieve kind
Ik wil uw vader zijn
Gij hebt een hart dat teer bemint
Bewaar dat vroom en rein
Hij nam haar mede naar zijn huis
En schonk haar spijs en drank
Verlichtte zo haar droevig kruis
Vroeg liefde slechts tot dank