Middenin de groene polder
vaart ineens een zeeschip
Dat een verre reis begon
Tussen koeien, tussen schapen
naar de gouden horizon
Naar de sluizen van IJmuiden
en de ondergaande zon
En op de dijk
fietst een kleine jongen
vergeefs een eindje mee
En denkt wat alle kleine jongens denken
Die een schip zien gaan
naar zee
O de zee, de zee
Laat me gaan en neem me mee
De zee, o de zee
Laat me gaan
en neem me mee
Straks is al het groene weiland
onafzienbaar donker water
En het land verleden tijd
En de lichten van IJmuiden
doven in het oosten uit
Varen is steeds afscheid nemen
Onderweg zijn voor altijd
Kleine jongens worden groter
dromen groeien zelden mee
Maar een man wordt weer een jongen
als een schip vertrekt
Naar zee
O de zee, de zee
Laat me gaan en neem me mee
Naar zee, o de zee
Laat me gaan en neem me mee
Naar zee, de zee
Laat me gaan en neem me mee
Naar zee, o de zee
Laat me gaan en neem me mee
Naar zee
O, neem me mee
Naar zee
O, de zee